
Een das is niet gevaarlijk, valt u niet aan, maar bijt wel stevig van zich af bij ongewenste intimiteiten.
Dassen zijn vriendelijke, schuchtere dieren, die zich bij eventuele confrontaties met mensen snel uit de voeten maken.
Wanneer een das gezond is, zal het dier u al lang geroken en/of gehoord hebben, voordat u de kans krijgt het dier te zien.
Wanneer u een das wèl dicht kan benaderen, is het dier waarschijnlijk ernstig gewond of verzwakt.
Raak zo’n das niet aan. Een ogenschijnlijk levenloos dier kan bij aanraking razendsnel reageren en van zich af bijten.
Dassen hebben zeer sterke kaken, een dassenbeet kan ernstige verwondingen veroorzaken.
Een das is een karakteristiek dier, verwaren met een ander dier ligt niet zo voor de hand, maar gebeurt in de praktijk toch regelmatig...
Eendas kan verward worden met een stinkdier. Die worden in Nederland als huisdier gehouden, en kunnen dus ook buitenhuis (weggelopen, ontsnapt) worden aangetroffen.
Een stinkdier is kleiner, heeft een enorme pluimstaart en is geheel zwart
met witte banen over het hele lijf.
Ook een wasbeerhond kan verward worden met een das. Die zijn echter in Nederland zeldzaam.
Als laatste is verwarring met een wasbeer mogelijk. Die worden in Nederland als huisdier gehouden en komen in het wild voor.
Een wasbeer heeft een fraaie staart met ringen.
De das moet het doen met een kort grijs staartje.
Het is verstandig bij mogelijk hulpbehoevende dassen eerst contact op te nemen met een deskundige, voordat u ingrijpt.
Wanneer een das gewond op straat ligt, is er meestal weinig twijfel mogelijk over de hulpbehoevendheid van het dier. Anders is het, wanneer een das op ongebruikelijke tijdstippen (overdag) en/of op ongebruikelijke plaatsen wordt gesignaleerd.
Dassen struinen ’s nachts regelmatig in de bebouwde kom. Dan is het lekker rustig en kunnen ze ongestoord hun gang gaan. Meestal zijn ze tegen zonsopgang weer verdwenen.
Wanneer zo’n dier echter ’s nachts verstoord wordt, kan de das zich in paniek ergens verstoppen en durft hij misschien niet meer vóór het daglicht tevoorschijn te komen.
Zo’n das kan overdag door mensen worden aangetroffen in een schuurtje of onder het konijnenhok. In dergelijke gevallen is het verstandig de das zoveel mogelijk rust te gunnen, zodat hij ’s avonds in het donker zelf weer kan vertrekken.
Met name zwakke, jonge of juist oude (verstoten) dassen kunnen ook op ongebruikelijk plekken worden aangetroffen, al dan niet bij daglicht. Deze dieren zullen zich vaak moeizaam voortbewegen of helemaal niet meer mobiel zijn. Deze dieren hebben wel hulp nodig.
Ook jonge, al dan niet moederloze dassen kunnen op de vreemdste plaatsen opduiken.
Dan is het erg afhankelijk van de vindplek, het tijdstip, het seizoen en de conditie van het dier, of het gaat om een spoedgeval (onderkoeld uitgedroogd jong dasje) of juist om een eigenwijs jong dier, dat zelf zijn moeder terug kan vinden en dus met rust gelaten moet worden.
Er zijn veel verschillende situaties denkbaar, waarbij u met een hulpbehoevende das geconfronteerd kunt worden. Het meest waarschijnlijk is een das als verkeersslachtoffer.
Bij hulp aan verkeersslachtoffers of verzwakte dassen zijn een aantal zaken van belang:
Jonge dassen worden meestal geboren in februari en leven de eerste maanden in de kraamburcht bij de moederdas.
Vanaf medio april gaan jonge dassen voorzichtig naar buiten. Wanneer de moeder dan niet meer thuiskomt, gaan de jongen na een paar dagen zelf op pad, gedreven door honger en dorst. Als ze niet door mensen gevonden worden zijn ze ten dode opgeschreven. Wanneer ze wel gevonden worden zijn ze meestal in een zeer slechte conditie, onderkoeld, uitgedroogd en zitten ze onder de parasieten.

De meest voorkomende hulpsituaties zijn aanrijdingen, zowel op snelwegen als op kleine landweggetjes. In het overvolle Nederland moeten dassen vaak wegen oversteken om van hun burcht bij hun voedselgebieden te komen en dan gaat het nogal eens mis.
Gemiddeld worden er per etmaal in Nederland 2 dassen doodgereden.
De dassenpopulatie heeft veel te lijden door al die verkeersslachtoffers
Wanneer een das wordt aangereden is dit vaak fataal voor het dier. Slechts in enkele gevallen overleeft een das de klap en ligt dan buiten bewustzijn op straat. In het gunstigste geval is hij even versuft en maakt zich daarna uit de voeten, maar zo’n das kan ook dagen in coma blijven. Het zijn taaie dieren.
Een gewonde das, die zich na een aanrijding uit de voeten maakt, zal proberen zijn burcht te bereiken. Daar kan het dier zelf van ernstige verwondingen genezen, maar ook overlijden.
Uitgraven is niet aan de orde. Het is streng verboden en niet zinvol. Door een burcht te vernielen zou u in ieder geval andere dassen ernstig verstoren.
Als het dier op de plek van de aanrijding blijft liggen of zich daar in de buurt nog heeft kunnen verstoppen, heeft het hulp nodig.
U kunt de plaatselijk dierenambulance of een jachtopzichter inschakelen, eventueel via het algemene nummer van de politie (0900-8844).
U helpt de das het best door bij het dier te blijven, totdat de hulpdienst is gearriveerd.
U kunt proberen het dier voorzichtig met een plank of een stevige tak (niet met handen of voeten aanraken) naar een veilige plek te schuiven. Dek het dier voorzichtig af met bijvoorbeeld een deken. In het donker is de hele situatie minder bedreigend voor de das.
De hulpdienst kan het gewonde dier vervolgens naar een dierenarts vervoeren. Daar zal blijken of het dier overlevingskansen heeft. Vaak zijn de verwondingen echter zo ernstig, dat inslapen voor zo’n dier het beste is.
Das&Boom revalideert alleen dassen, die een goede kans maken op volledig herstel. Alleen volledig herstelde dassen kunnen zich handhaven in de natuur. De mogelijkheid van terugplaatsen van herstelde dieren in de natuur is een voorwaarde bij opvang van in het wild levende dieren.
Zeer zwaar gewonde of verzwakte dieren proberen te revalideren, betekent in de meeste gevallen vooral een ongewenste verlenging van de lijdensweg, waarna het dier alsnog doodgaat.

Das&Boom kan dierenambulances
telefonisch bij afwegingen rond de
hulp aan gewonde dassen
behulpzaam zijn op basis van haar
lange ervaring met hulpverlening
van gewonde dassen.
Dierenambulances kunnen per email een handleiding (pdf) aanvragen bij Das&Boom over hulpverlening aan dassen
Wanneer een zogende moederdas wordt doodgereden, blijven de jongen onverzorgd achter. Andere dassen ontfermen zich namelijk niet over andermans jongen.
Pas vanaf half april zijn de dasjes zover ontwikkeld, dat ze zelf uit de kraamburcht tevoorschijn komen. Ze kunnen dan gaan zwerven en worden soms uitgeput door mensen aangetroffen. Deze dasjes hebben dan meteen hulp nodig.
Bij de vondst van een doodgereden zogende moederdas, is het duidelijk, dat er in de buurt (meestal binnen een straal van 1,5 km) ergens een kraamburcht moet liggen.
In de jaren van het herintroductieproject van Das&Boom werden deze kraamburchten meteen na een melding van een dode moederdas opgespoord. Met behulp van lokvoer en vangkooien werden de jonge dassen dan in een paar dagen gevangen en bij das&Boom grootgebracht Deze dieren werden dan uitgezet op strategische plekken om de bestaande dassenpopulatie te kunnen versterken.
Na het stoppen van deze herintroductie heeft Das&Boom ook moeten stoppen met het vangen van jonge verweesde dassen.
Tegenwoordig probeert Das&Boom in die situaties middels bijvoeracties de jonge dieren op de kraamburcht bij te laten voeren.
Das&Boom speelt hierin een coördinerende en adviserende rol.
Deze bijvoeracties kunnen gestart worden vanaf half april tot half juni. Vóór half april komen de jonge dassen nog niet vanzelf tevoorschijn en is bijvoeren niet mogelijk. Na half juni zijn de dassen meestal zover ontwikkeld dat ze geen hulp meer nodig hebben.
Het bijvoeren gebeurt door vrijwilligers ter plaatse en gaat meestal door tot juli of augustus.
Das&Boom kan behulpzaam zijn bij het zoeken naar de mogelijke kraamburcht, kan adviseren over de manier van bijvoeren en alles wat er verder bij komt kijken.
Bijvoeren op de burcht is een heel terughoudende manier van helpen. De jonge dassen komen niet in contact met mensen en kunnen zich op een zo natuurlijk mogelijke manier ontwikkelen.
