Advies

Burchtverplaatsingen

Aangezien zowel de das als zijn burcht wettelijk beschermd zijn, is Das&Boom terughoudend met het verplaatsen van
dassen. Actieve maar ook passieve verplaatsingen leveren veel verstoring, stress en gevaar op voor de betrokken dassen.
Alleen onder bepaalde voorwaarden en indien bij het ministerie van LNV een ontheffing wordt verkregen zal Das&Boom meewerken met de verplaatsing van dassen en vernietiging van de burcht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Das&Boom heeft hier een aantal criteria voor opgesteld:


Criteria van Das&Boom om mee te werken aan een dassenverhuizing:

 

Actief of passief verplaatsen
In sommige gevallen kunnen dassen passief verplaatst worden. Dat is minder ingrijpend voor de betrokken dassen en goedkoper; de dassen hoeven namelijk niet gevangen te worden en er hoeft geen nieuwe woonplek voor de dassen te worden gecreëerd.
Wanneer passief verplaatsen niet mogelijk blijkt zullen de dassen actief verplaatst moeten worden, dat wil zeggen gevangen en verhuisd naar een nieuwe locatie.  
De keuze tussen een actieve of passieve verplaatsing is afhankelijk van de resultaten van een onderzoek naar de dassenpopulatie en dassenburchten in de omgeving, waarbij o.a. territoriumgrenzen een belangrijke rol spelen.
Das&Boom kan dit onderzoek verrichten.

Wanneer 100% zeker is dat alle dassen verhuisd of vertrokken zijn, moet de oorspronkelijke burcht grondig vernietigd worden, middels een zeer stevig raster ontoegankelijk gemaakt worden voor de dassen en/of moeten er andere preventieve maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat dassen zich opnieuw op de oorspronkelijke woonplek gaan vestigen.
Das&Boom kan ook hierbij adviseren

 

Verrichte burchtverlaatsingen

 

 

Wettelijk kader
De das (Melis melis) is een streng beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a, van de Flora- en faunawet. De das is tevens opgenomen in bijlage 1, behorende bij het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (28 november 2000, Stb. 525), waarvoor dezelfde bescherming dienst de gelden als dier- en plantensoorten van communautair belang.
Het verplaatsen  van een dassenburcht en het verdrijven dan wel vangen van dassen valt onder de verbodsbepalingen genoemd in de artikelen 9 t/m 11 van de Flora en faunawet.

Artikel 9
Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. 
Artikel 10
Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. 
Artikel 11
Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

 

Overge wettelijke criteria

 

De ontheffingsaanvraag

De initiatiefnemer is eenieder die actie onderneemt op het gebied van ruimtelijk ingrepen.
Bijvoorbeeld een projectontwikkelaar die huizen gaat bouwen, een gemeente die haar bestemmingsplan herziet of een provincie die een weg gaat verbreden.

De initiatiefnemer is in beginsel altijd zelf verantwoordelijk voor (LNV 2002):
• inventarisatie van soorten in het bewuste gebied
• onderzoeken van de effecten van plannen/ingreep op beschermde soorten.
• de mogelijkheid om via aanpassingen van de ingreep eventuele effecten te verminderen
• de vraag of men in aanmerking komt voor een ontheffing ex. artikel 75.

Als uit deze zaken blijkt dat het plan/de ingreep ook na aanpassing leidt tot handelingen die strijdig zijn met de verbodsartikelen uit de Flora- en faunawet (dus bijv. tot verstoring of vernieling van vaste voortplantings- of verblijfsplaatsen van diersoorten), is de initiatiefnemer verplicht een ontheffing aan te vragen voor het plan/ingreep.

De ontheffingsaanvraag wordt ingediend bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid. In de anvraag is onder andere vermeld:

• op welke soorten de aanvraag betrekking heeft;
• op welke handelingen de aanvraag betrekking heeft die op grond van Flora- en faunawet verboden zijn;
• voor welke periode men de ontheffing aanvraagt
• of voor hetzelfde doel in het verleden ook al ontheffing is aangevraagd.

Een aanvraag moet altijd vergezeld gaan van een uitgebreide onderbouwing in de vorm van
een projectplan. Zo’n projectplan bevat onder andere de volgende zaken:

• actuele inventarisatie van beschermde dier- en plantensoorten op grond van Flora- en faunawet die voorkomen op de geplande locatiekeuze
• beschrijving van de te verwachten schade, als gevolg van voorgenomen activiteit(en) aan de in deze aanvraag bedoelde beschermde dier- en plantensoorten;
• beschrijving hoe de schade aan de beschermde dier- en plantensoorten tot een minimum kan worden beperkt bij uitvoering van de voorgenomen activiteit;
• beschrijving van de voorgenomen mitigerende en/of compenserende maatregelen, indien schade onvermijdelijk is

Vanuit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient een aanvrager ‘alle relevante gegevens’ aan te leveren. Vanuit de Flora- en faunawet zelf zijn geen voorwaarden opgenomen. Het
aanvraagformulier ontheffing ingevolge artikel 75 Flora- en faunawet geeft wel aan dat een
aanvraag altijd vergezeld moet gaan van een uitgebreide onderbouwing waaronder
bovenstaande verplichte zaken. In de brochure ‘Ondernemen en de Flora- en faunawet’ (LNV
2003) worden hiervoor goede handreikingen gegeven.
Het raadplegen van ecologen en soortdeskundigen (betreffende dassen : Das&Boom)  wordt daarbij streng aangeraden, inclusief het raadplegen van overige deskundigen ten aanzien van effecten.

Alle aanvragen worden beoordeeld op de gevolgen van de ingreep voor de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten (artikel 75 lid 4). Voor soorten vallend onder artikel 75 lid 5 (streng beschermde soorten) worden twee toetsingscriteria aan het beoordelen van de ontheffingsaanvraag toegevoegd:

• de mogelijkheid van andere bevredigende oplossingen voor de ingreep (zgn.
alternatieventoets);
• limitatief opgesomde belangen ofwel doelcriteria (met uitzondering van de aanwezigheid
van dwingende redenen van groot openbaar belang bij vogelsoorten).

De hele ontheffingsprocedure dient in 8 weken afgehandeld te worden. Afhandeling leidt uiteindelijk tot een toekenning dan wel afwijzing. Toegekende aanvragen bevatten een officiële ontheffing. In deze ontheffing zijn voorwaarden opgenomen waaronder de ingreep, inclusief bijv. mogelijke mitigerende of compenserende maatregelen, mag worden uitgevoerd. Deze voorwaarden zijn juridisch bindend. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het naleven van de in de ontheffing gestelde voorwaarden. De Algemene Inspectie Dienst (AID) kan (op aanwijzen van de regiodirecties) toetsen op het naleven van deze voorwaarden.

 

Links voor meer informatie:

LNV loket:

De beoordeling van ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet voor ruimtelijke ingrepen is gewijzigd. In dit document leest u wat u voortaan moet doen als uw project schadelijk is voor beschermde dier- en plantensoorten.